Planet Zoo: beste simulatie game sinds jaren

Wie bekend is met de laatste paar titels van Frontier, herkent direct de huisstijl van de in Cambridge gevestigde studio. Planet Zoo heeft dezelfde herkenbare look als Planet Coaster en ook als Jurassic World Evolution dat tussen beide Planet-games verscheen. World Evolution was een logische tussenstap. De game stond Frontier toe om te spelen met zaken zoals het gedrag en de verzorging van dieren en het bouwen van leefomgevingen, terwijl de Jurassic World-koppeling ervoor zorgde dat het financiële risico beperkt bleef. Jurassic World Evolution was aardig, maar niet fantastisch. De game bleek al snel repetitief te worden. Dat was meteen ook een van de lessen die Frontier meenam in de aanloop naar Planet Zoo.

Frontier blijft ‘gewoon’ doen waar het goed in is

Los daarvan is vooral duidelijk dat de schoenmaker voor een belangrijk deel gewoon bij zijn leest blijft. Planet Coaster en Jurassic World Evolution scoorden allebei punten door de opgeroepen sfeer, en bij de laatste van die twee games bleken het gedrag en uiterlijk van de dinosaurussen grote pluspunten. Beide elementen zijn behouden in Planet Zoo. Elke dierentuin kent een eigen karakter, mede ingegeven door de locatie waar die dierentuin staat. Natuurlijk ogen de door de makers zelf gebouwde parken aanvankelijk mooier en sfeervoller dan je eigen creaties, maar de middelen om zelf ook zo’n prachtig, sfeervol park te bouwen, staan tot je beschikking. In combinatie met het kleurrijke en vrolijke uiterlijk, en de kalme, maar gezellige achtergronddeuntjes levert dat sfeervolle plaatjes op.

Planet Zoo – Trailer

Te midden van die sfeervolle plaatjes spelen de dieren zelf de hoofdrol. Eerder dit jaar bezochten we de studio van Frontier en kregen we een kijkje in de keuken. We zagen hoe het team te werk ging om de dieren in het spel er zo goed mogelijk uit te laten zien. Daarbij ging het met name over de animaties en over hoe de ‘sets bewegingen’ van verschillende dieren eenvoudig konden worden overgezet naar andere dieren. Ook was er aandacht voor het uiterlijk, waarbij vooral de vachten en de effecten van water en zonlicht op die vachten goed naar voren kwamen. Die aspecten had de studio destijds al prima voor elkaar, en het is logisch dat de game daar nu ook van profiteert. Wie even de tijd neemt om in te zoomen op een van de dierenverblijven in een park en de dieren afzonderlijk volgt, zal toegeven dat Planet Zoo de meest realistische digitale dierentuin biedt die ooit in een game is vertoond. Dat ligt overigens niet alleen aan de kwaliteit van Planet Zoo. Het is alweer even geleden dat we een grote ‘dierentuinmanagement-game’ hebben gezien, dus veel concurrentie is er niet.

Spelend leren over je dieren

Gelukkig is een gebrek aan alternatieven niet het enige argument dat van Planet Zoo een goede aankoop zou kunnen maken. Om nog even bij die dieren te blijven: het is knap om te zien hoe Planet Zoo af en toe momenten op het scherm tovert waarbij de vertedering voelbaar is. De eerste keer dat twee door jou ingekochte dieren samen een jonkie maken, bijvoorbeeld. Of het moment waarop een jong wolfje door een oudere wolf speels, maar toch ook belerend, op zijn rug wordt gelegd. Het oog voor detail in de animaties en het gedrag van de dieren maakt Planet Zoo tot een unieke game.

Leermomentjes

Het leren begrijpen van het gedrag van die dieren gaat niet zonder leermomentjes. Planet Zoo kent een flink aanbod aan dieren, en elke soort heeft eigen voorkeuren en eigenschappen die je moet kennen om ervoor te zorgen dat hun welzijn optimaal is. Dat begint al met de plaats en afmetingen van hun omgeving. Hoe groot moet het hok zijn en moet er bijvoorbeeld water zijn om in te kunnen zwemmen? Gaat het om dieren die überhaupt kunnen zwemmen? Zo niet, dan is een waterpartij een mooi alternatief voor traditionele omheiningen. Vervolgens zijn er nog vragen op het gebied van begroeiing en temperatuur. Sommige dieren hebben meer beschutting nodig dan andere, terwijl je aan kou gewende wolven beter wat koeling kunt geven in hun hok, want warme omstandigheden vinden ze maar niks.

Dat is allemaal behoorlijk recht toe, recht aan, al is het wel wat vreemd dat je bron voor informatie over alle dieren, de in-game Zoopedia, bijvoorbeeld niet duidelijk vermeldt of een dier wel of niet kan zwemmen. Dat blijkt toch best belangrijke informatie als je een hok bouwt voor je wolven en er later achterkomt dat die beesten gewoon lekker in de openbare rivier rondzwemmen. Dat is een goed voorbeeld van hoe je leert over wat je verschillende dieren allemaal kunnen. Een ander voorbeeld van een situatie waar wij tegenaan liepen, is dat er oorlog uitbrak in een hok met vijf antilopen. Het was kennelijk slimmer geweest om slechts één mannetje bij een groep vrouwtjes te plaatsen. Die informatie stond overigens wél in de Zoopedia, maar wij hadden hem gewoonweg niet gelezen.

De operationele kant van een dierentuin

Zwemmende wolven en vechtende antilopen zijn de gevolgen van simpele fouten die je misschien één keer maakt, maar daarna niet meer. Vanaf dan weet je hoe de samenstelling werkt en wat voor verblijf deze dieren nodig hebben. Precies zoals je weet dat je verschillende soorten apen ongelukkig worden als ze niks hebben om op te klimmen. Het is echter niet zo dat de game makkelijk wordt zodra je dat allemaal weet. Bij een goed lopende dierentuin komt een stuk meer kijken dan gewoon wat dieren in een paar verblijven mikken en afwachten tot het geld binnen begint te stromen. Je zult ze moeten verzorgen, genezen als ze ziek worden, en onderzoek naar ze blijven doen om nieuwe elementen voor hun hok vrij te spelen of eten van betere kwaliteit te kunnen geven. Ook moet je park natuurlijk zijn voorzien van stroom en waterzuivering. Die installaties gaan weleens stuk – net als de omheiningen van je hokken trouwens – dus je hebt monteurs nodig.

Aan de operationele kant van het runnen van een dierenpark is dus best veel te doen, en het detailniveau gaat daarbij vrij diep. Zo kun je je park opdelen in diverse ‘werkzones’ en ze toewijzen aan verschillende verzorgers, dierenartsen, monteurs, schoonmakers, verkopers en beveiligers. Het doel is vervolgens dat je zorgt voor een goed te overleven werkdruk, terwijl wel al het nodige wordt gedaan. In de praktijk is dit een behoorlijk listig onderdeel van het spel. Bij de vooropgezette parken gaat het vaak wel, maar bij de parken die we van de basis zelf opbouwden, bleek het invoeren van een goed systeem voor je medewerkers gewoon lastig. Het was vaak te duur of niet efficiënt genoeg, waardoor een op het oog afdoende aantal personeelsleden toch niet groot genoeg bleek te zijn.

Het mooie en moeilijke aan micromanagement

Bij dit alles hebben we nog niet gekeken naar de belangen van je bezoekers. Kunnen ze wel drinken kopen en ergens naar de wc? Vooruit, die zaken spreken voor zich en het plaatsen van een winkeltje is niet echt moeilijk. Maar hoe hoog zijn de prijzen van de inhoud van die winkel? Hoe duur is het om je park überhaupt binnen te komen? En wat kunnen de bezoekers verder in je park? Net zo belangrijk als de aanwezigheid van leuke dieren om naar te kijken, is de informatievoorziening daar omheen. Je wordt geacht informatieborden en speakers te plaatsen die ervoor zorgen dat je bezoekers meer over de dieren kunnen horen, zodat ze er over leren. In de gastwaardering van je park speelt Education een belangrijke rol. Het lijkt op voorhand misschien niet het belangrijkste aspect, maar het is een voorbeeld van hoe details in Planet Zoo soms essentieel zijn voor een goed park.

Bijdragen aan conservatie van dieren

Daarmee komen we bij een diepere laag van dierentuin-management terecht, en ook bij hetgeen Planet Zoo langer leuk moet houden dan Jurassic World Evolution. Een dierenpark is namelijk niet alleen maar een geldmachine. Je park kan ook bijdragen aan het voortbestaan van dieren. In de Zoopedia kun je zien in welke mate elke diersoort bedreigd is. Door juist bedreigde beesten in je park te plaatsen en bij te dragen aan hun reproductie help je een diersoort voorbestaan. Dat levert speciale ‘Conservation points’ op waarmee je ook nieuwe dieren kunt kopen. Het gaat daarbij om dieren die ter adoptie worden aangeboden, met als doel ze te rehabiliteren, of voor nazaten te zorgen die uiteindelijk weer kunnen worden uitgezet. Hiermee bezig zijn vormt een apart minispelletje, los van de dagelijkse kwaliteit en winstgevendheid van je park.

Plotseling in de problemen

Dit alles tezamen zorgt voor een game waar je veel kanten mee op kunt en waarin je je heerlijk kunt verliezen in de details, maar die ook behoorlijk gecompliceerd is. Een goed draaiend pretpark lijkt immers ‘af’. Je personeel onderhoudt je achtbanen, het geld stroomt binnen en iedereen is blij. Maar een goed draaiende dierentuin kan een paar momenten later in de problemen zitten. Ineens hebben de helft van je dieren jonkies en dus problemen met hun leefomgeving, want het wordt te druk. De stress die de dieren daardoor krijgen, kost je verzorgers veel tijd, waardoor andere dieren letterlijk in de poep blijven zitten. Dat zien je bezoekers ook, dus je waardering gaat naar beneden. Mensen blijven weg. Er komt minder geld binnen. Die extra verzorger die je nodig had om alles recht te trekken, brengt je in de rode cijfers. Er komen mensen je park in met protestborden die jou verantwoordelijk houden voor het dierenleed in je park. En dat terwijl alles een paar minuten daarvoor nog helemaal probleemloos verliep.

Bijschaven tot een ultiem verblijf

Een situatie als hierboven kan best gecorrigeerd worden, maar het onderstreept het grootste probleem – of de grootste uitdaging, zo je wilt – waar Planet Zoo mee kampt. De game is namelijk complex, op sommige momenten ondoorzichtig, en hij vraagt om enorm veel micromanagement. Dat is deels leuk en ook de kracht van de game. Je dieren een nieuw speeltje geven en vervolgens zien hoe ze met dat speeltje aan de haal gaan en hoe de toekijkende bezoekers daar weer op reageren, geeft voldoening. Er komt echter zo veel meer bij kijken dat het makkelijk is het overzicht te verliezen. Op die momenten is de pauzefunctie haast onmisbaar. Als er ineens op vier plaatsen problemen zijn, is het fijn om jezelf de tijd te gunnen daar eens rustig naar te kijken, ook omdat niet alle mogelijke problemen meteen zichtbaar zijn. Sommige dieren hebben bijvoorbeeld behoefte aan privacy. Er kan dan iets mis zijn met hun verblijf, zonder dat de game heel duidelijk maakt wat er aan de hand is. Mede debet aan dit verschijnsel is dat je je dieren pas kunt onderzoeken en beter kunt leren kennen als je ze al hebt gekocht. Dieren die je niet hebt, kun je niet onderzoeken. Dat klinkt ergens wel logisch, maar het betekent ook dat je altijd op achterstand begint. Je hebt vrijwel altijd een imperfecte leefomgeving klaar, en die moet je daarna bijschaven naar een beter passend verblijf.

Deze uitdagingen zijn in elk park aanwezig. In de Carrièremodus krijg je een reeks aparte parken voor je kiezen, en daarmee moet je bepaalde doelstellingen halen. Aanvankelijk gaat dat gepaard met wat hulp om je de fijne kneepjes van het vak te leren, maar al snel worden de teugels losgelaten en moet je het zelf uitzoeken. Dat is in het begin even lastig vanwege alle eerder genoemde managementredenen, maar uitdagend is het en dat blijft het ook. Ook de voldoening blijft, telkens als je gasten je opgebouwde park beter en beter waarderen, je dieren tevreden zijn en je financieel het hoofd boven water houdt. Het is lastig, maar als het lukt, is het gaaf.

Herhaling van zetten

Minder gaaf is dat het daarna vrij snel een herhaaloefening wordt. We hebben waardering voor de manier waarop het spel je met verschillende Challenges en missies scherp probeert te houden. Je moet bijvoorbeeld specifieke dieren zien te fokken om ze te kunnen uitzetten, of je moet proberen meerdere dieren in hetzelfde leefgebied te laten leven. Wil je nog een stap verder gaan, dan kun je een hele franchise aan dierenparken opbouwen, die allemaal met elkaar in verbinding staan. Allemaal aardige toevoegingen, maar het verandert niets aan het feit dat het opbouwen van een park steeds een herhaling van zetten is. Waar je bij Planet Coaster langdurig meerwaarde kunt vinden in het zelf ontwerpen van achtbanen, slaat bij Planet Zoo toch wat verveling toe. Dat gebeurt echter op een veel later punt dan bij Jurassic World Evolution het geval was, dus daar ligt wat winst.

Op een ander vlak is voor de game in de komende maanden misschien nog meer winst te behalen. Planet Zoo lijkt namelijk vrij matig geoptimaliseerd te zijn. Spelend met een Nvidia GTX 1080 Ti en Core i7-6950X processor liepen we veel te vaak tegen haperingen aan, en we maakten zelfs situaties mee waarbij het beeld een paar seconden bevroor. Een midrange game-pc zou toch in staat moeten zijn Planet Zoo met minder problemen te draaien dan we nu hebben gezien. Op internet lezen we overigens over nog veel heftiger problemen, zoals crashes, maar die hebben we zelf niet meegemaakt. Het was voor ons geen absolute spelbreker, maar een paar prestatieverbeterende updates zouden best welkom zijn.

Conclusie

Planet Zoo is een erg fijne game die spelers de uitdagende taak geeft succesvolle dierenparken te bouwen. Spelenderwijs leer je dat succes meer is dan alleen het bij elkaar klikken van wat leuke dieren die hopelijk geld opleveren voor je park. Het welzijn van die dieren staat te allen tijde centraal, en dat welzijn is afhankelijk van veel factoren. Daarnaast is het welzijn van je dieren ook weer ‘slechts’ één van de factoren die uiteindelijk bepalen of je dierentuin een lang leven beschoren is of ten onder gaat aan financiële malaise of andere problemen. Hier laat Planet Zoo zien dat dit toch ook echt een micromanagement game is, hoewel de dieren centraal staan. De operationele kant van het runnen van een dierentuin is lastig. Toch is het ook niet weg te denken. In de sandbox-modus kun je desgewenst elke financiële en operationele beperking uitschakelen, maar dat berooft Planet Zoo te veel van het spelplezier. Iets dat moeilijk is, geeft voldoening als het wél lukt. Die oude wetmatigheid gaat ook in deze game op, en dan krijg je er ook nog eens blije diertjes bij.

Bron: Tweakers